Tagarchief: Verlangen

Mondgevoel

Ik pas moeiteloos tussen zijn armen, als ik spring vangt ie me op. Zijn lijf voegt zich met gemak. Ik hou ervan mijn neus achter zijn oor te verstoppen. Soms voel ik met mijn hand stiekem een klein stukje bloot vel.
Onrustig word ik ervan. Mijn buik laat van zich spreken en roept de hele tijd: Zoenen!

Zelf ruik ik ook heel lekker vind ik maar van zoenen komt er niks. Verstandig, het stomste woord dat ik ken!
Wat in het licht begint zet zich voort in het donker. Mooi niet!


Besef

IMG_8534

Morgen lak ik mijn teennagels blauw.


Constructie

IMG_9544IMG_9570


Leven


Zacht strelen over de haartjes op een arm of met één vinger woorden schrijven op een blote rug. Een verdwaalde zoen die half op je mond terecht komt. Een warm been tegen het jouwe. Handen die mekaar net niet per ongeluk raken of een onverwachte ontmoeting met iemand die je leuk vindt waardoor je hart opspringt. Niet te lang in iemands ogen kunnen kijken omdat je dan zult blozen.
Voor verlangen ben je nooit te oud,Lieven Tavernier zegt het zelf.


Rijk

Hoe vaak, tussen waken en slapen in, richt ik het woord tot Yvonne. Zo graag zou ik haar in mijn dromen tegen komen, vastpakken, mijn armen stevig om haar heen slaan, zeggen hoe zeer ik haar mis. Nikste minder met de tijd, méér! In de kinderlijke gedachte dat ik mijn dromen kan sturen roep ik ergens diep van binnen keihard haar naam.

De afgelopen jaren kwam ze twee keer op bezoek. In de verte hoorde ik haar lachen, teder zegde ze mijn naam.

Nu krijg ik elke nacht bezoek van de dichter. Op kousenvoeten stapt hij mijn dromen binnen. Neemt me mee naar zijn huis waar ik nooit was. De steile zoldertrap met smalle treden, overal knipsels en papieren. Half afgemaakt werk, kleine raampjes. Hij draagt dikke truien, de houtkachel is aan. Aan de muren oude lijsten met tekeningen en collages, stapels met kranten en artikels die nog gelezen moeten. Een mok staat op de tafel er ligen pennen. Het ruikt er vaag naar kachel, tabak en koude koffie. De verzakte tegels op het pad naar zijn voordeur. De kier waaronder het tocht. Hij zit in een oude zetel, een beetje voorovergebogen, vanonder zijn krullen kijkt hij naar me terwijl hij met gebaren zijn woorden onderstreept.
Hij spreekt, ik luister.
Als het licht nog grijs is wordt ik wakker en weet ik moet terug, de dichter moet me nog iets zeggen.
Zodra ik mijn ogen sluit ben ik weer daar. Mijn rug is koud, de voorkant warm want daar staat de kachel.
Pas als ik mijn benen over de rand van het bed sla laat hij me los en kan de dag beginnen.


Zeezicht


Zomer

Met mijn blote voeten door het dorp wandelen, de geur van de zee vroeg op de morgen als de zon een warme dag belooft, zweet tussen mijn borsten, zonnebril op de neus, de deur naar de tuin de hele dag open, de kat van de buren languit op staat, wijn in een beslagen glas, vloeibare botten, verlangen.


Hot

Hij schuift naast me op de stoel in de kring. Ik begin aan mijn uitleg. Met mijn handen druk gebarend om mijn woorden kracht bij te zetten. Elke keer komt een van die handen dicht in de buurt van het been van de man. Ik moet me beheersen om mijn hand niet op zijn knie te leggen. Hij, de docent, een stevig West-Vlaming met kort donker haar. Zijn stem, de manier waarop ie zijn voeten neerzet,  het bewegen van zijn onderarmen bij het uitvoeren van de opdrachten. Alles aan deze man herinnert mij aan ooit.
Geef jij wel eens iemand zomaar een warme omhelzing vraagt de man? Ik kijk verbaasd en lach ‘ Alleen als ik voel dat de ander mij ook zal omhelzen ‘ zeg ik.
Als avondprogramma gaan we met de groep naar de film. Ik kruis mijn vingers, als hij maar niet naast me komt zitten. Ik moet er niet aan denken dat mijn lijf het heft in handen neemt en ik in het donker met mijn duim zijn handpalm streel.
Ik heb geluk, naast me ploft een van de leerlingen met een grote zak chips. Opgelucht kijk ik de film.
De volgende dag, na de evaluatie, omarm ik mijn leerlingen die zo hard hebben gewerkt één voor één. De docent staat als laatste in de rij. Even aarzel ik, dan spreid ik mijn armen.


Echte leven

Terwijl ik helemaal opgeslokt wordt door werk en verplichtingen droom ik van het echte leven. Daar zwem ik in een koel meer, wandel ik over een bergrug op 2000 meter hoogte en slaap ik in het holletje van je armen, wacht ik op een hek op de hond die wegliep, dans ik op blote voeten, voer ik nachtelijke gesprekken zonder op de klok te kijken, trek ik al mijn kleren uit en spring in de lichtgevende zee. Vol verlangen wacht ik.


Regels

Bij het zevende chocolade eitje ben ik nog zo gulzig dat ik een stukje zilverpapier tussen mijn tanden krijg. Dat komt omdat ze al eens gesmolten zijn achter in mijn auto. De eitjes hebben ook vreemde vormen van smelten en weer hard worden.