Tagarchief: verrassing

Nakendig

Voor het naar bed gaan leg ik twee warme kruiken in bed. Twee lagen dekbed en een schapenvacht op de matras houden me hopelijk warm deze nacht. Voor ik naar bed ga duw ik donkere zware briketten in de houtkachel, mijn hoop op snelle ontbranding in de bitter koude morgen.

Het naarbedgaritueel is geheel gericht op het behoud van lichaamswarmte. Ik drink een hete tas thee, warm mijn ouwe trainingsbroek en dikke trui boven de kachel. In de gloed van de stoof trek ik mijn kleren uit en mijn voorverwarmde expeditiekleding aan. Dan ren ik op mijn sloefen naar het buitentoilet: Een groene deur met hartje, een plank met een gat dat afgedekt wordt met een deksel met als greep een delfts blauw knopje, geen licht!

Putje winter, putje nacht zit ik daar en kijk met open deur naar de sterren en mijn adem die wolkjes maakt.

Terwijl ik mijn broek terug aan doe hoor ik snuiven en kreunen. Mijn hart klopt keihard, ik voel het bloed in mijn oren suizen. Daar is het geluid weer, het komt vanachter de muur van mijn kleine huisje. Ik schat de afstand naar mijn deur en probeer te berekenen hoe lang het zal duren voor ik die achter me op slot kan doen.
Zo sta ik daar met mijn mond open zo stil mogelijk in en uit te ademen.

Het moet een mens zijn die zich blijkbaar van mijn aanwezigheid weinig aantrekt want het geluid gaat ritmisch en gestaagd door. Zou het de meedogenloze bijlmoordenaar van Het Meetjesland zijn? Het dichtsbijzijnde huis te ver weg om hulp te roepen zal ik zelf voor een oplossing moeten zorgen.
Al mijn moed bijeen geraapt stap ik de wc uit. De handen hou ik los langs mijn lijf, elke zenuw straks gespannen, klaar om in de aanval te gaan.

Met een ruime boog ga ik de hoek om en sta oog in oog met mijn verstandelijk behinderde buurman die met zijn broek op zijn knieën, blijkbaar geen last van de koude, druk met zichzelf in de weer is.

De volgende ochtend ontdek ik een uitgesleten pad van zijn huis naar het mijne.


Doei

Aan de rand van de stoep staan we te wachten om over te steken. Plastic bakje met glutenvrij brood in de hand in onze deftige begrafenisjurken. Een donkergroeen Golf komt aangescheurd, we doen een stapje achteruit. Uit het zijraam steken in gympen gestoken voeten, Er klinkt keiharde muziek. Vol in de remmen gaat ie voor ons. Twee jongens van begin twintig met petjes buigen zich voorover. We houden van je roepen ze uitgelaten. Met grote verbazing kijk ik ze na als ze vol gas wegscheuren.
Zouden ze nu denken dat we instappen en onze onderbroek uittrekken?
Naast me klinkt het: Ik heb geen onderbroek aan


Warm

De zon schijnt door de grote ruiten naar binnen. Ik sta ik de rij te wachten tot ik aan de beurt ben. Verlangend kijk ik naar de grote kommen soep waarmee de mensen langs me stappen richting overvolle tafels. Ondanks de zon waait er buiten een ijzige wind en zijn mijn vingers wit en gevoelloos. Terwijl ik wacht scan ik de tafels op een zitplaats. Ik heb geluk, net als de soep in mijn kom wordt geschept staat er iemand op, dankbaar schuif ik op de vrijgekomen plek. Langzaam lepel ik mijn soep. Als ik opkijk staat er tegenover me een smoezelig boodschappenwagentje. Een oudere man staat er onhandig naast met soep en dienblad. Hij wil tussen de mensen op de bank, na enig gemor en geschuif lukt dat.  Ongeschoren, ongewassen, kleren vol vlekken, vieze nagels, geen tanden. Felle waterige oude blauwe ogen kijken me aan. Ik lach en wens hem smakelijk eten.
Zijn broodjes moeten eerst in de soep want anders kan hij ze niet bijten. We praten over het eten en de familie van de nachtschade. Hoe hij als kind ook al geen tomatensoep luste. Hoe de pompoensoep van zijn moeder smaakte en dat hij eigenlijk een Waal is maar graag Vlaams spreekt. Hij verzamelde vroeger schaakboeken, kasten vol, won regelmatig een wedstrijd. Speelde op hoog niveau. Ik knik, stel een vraag en mijn neus registreert dat ie een beetje muftig ruikt. Het laatste restje soep schraap ik uit mijn kom. Op de dienbladen rond mij ligt als dessert een mandarijn. Mijn blad  is leeg op de soepkom en het servet na. De man ziet me kijken. Hij pakt het mandarijntje van zijn dienblad en legt het voor me. Hij tikt erop en knikt: Voor jou!
Ik peuter de schil los en eet partje voor partje. Als hij opstaat krijg ik een hand, hij houdt hem vast.
Ernstig en langzaam wordt ik bekeken. Wees gelukkig zolang het kan.
We steken alle twee ons hand op als hij de deur uitstapt.

Dat was de vader van Dutroux zegt de man naast me.


Hangplek


Beloning


Manne!

Ze zijn nogal hevig, staan bekend als de slechte klas van de school. Veel leerkrachten zijn bang en kunnen de groep niet aan. Tis een serieuze waarschuwing. Zeker tien minuten lang spreekt de leerkracht over grof taalgebruik, gebrek aan respect en onaangepast gedrag. Ik moet met deze mannen van het zesde drie dagen optrekken. Verdieping en bezinning is het thema en de vraag van school. Ze zijn met elf. Stoer, al bijna volwassen. Mijn vragen over hun dromen, verlangens en wensen openen deuren. Als de bus klaar staat voor vertrek krijg  ik een stevige knuffel om te bedanken. Zingend veeg ik het lokaal.  Hoe schoon kan het leven zijn.


Goed begin

Aan de deur hing vanmorgen een tas. In die tas zat een warm dekentje. Samen met de oranje met bruin geruite plaid van oma ligt de deken nu op de bank te wachten tot ik vanavond thuis kom.


Vooruit

IMG_0948

Somberig loop ik door de polder. Bewegen moet, bewegen is goed. Het licht is mooi en de wolken groots. Het kan me vandaag niet echt beroeren. In de verte hoor ik gejoel en geschreeuw. Het is een groep fietsers. Brugklassers zo te zien aan de nog nieuwe tassen en iets te grote fietsen. Ze hebben pret, doen een wedstrijdje wie het eerst bovenaan de oprit is. Ze duwen en trekken aan elkaar. Ze zien mij niet. Mijn humeur klaart ontzettend op. Hup vooruit Dieleman!


Spoor

hartjes

hartjes

LIEF, ZOEN, GAAF het stond op de hartjes die Madame vond op het fietspad. Ze was al bij hartje zes voor ze doorkreeg dat er iets bijzonders aan de hand was. Eén hartje kan best verloren zijn uit de snoepzak. Twee hartjes kan nog toeval zijn maar zes hartjes die allemaal op ongeveer 20 meter uit elkaar liggen is vast geen perongelukje. Het leven van Madame hangt vaak van opgewekte toevalligheden aan elkaar; Ze komt onverwacht iemand tegen die ze mist, ze hoort een muziekje op de radio waar ze blij van wordt, een collega zegt precies het goede. Vandaag de hartjes in roze, wit en geel. Joepie!