Tagarchief: Zegt ze

In het duister

Hoe verder ik van huis ben hoe vaker ik aan je denk. Vreemd is het, want eigenlijk ben je nooit verder van mij vandaan dan daar waar ik thuis ben. In den vreemde kijk ik naar je foto’s, ze zeggen me niks.

Geen geur, niks van hoe je lacht, geen hand die de mijne aanraakt in een café met bier en wijn. Zorgvuldig mijd ik de plekken waar ik je tegen zou kunnen komen. Probeer de gedachte aan wat er ooit geweest zou kunnen zijn te sublimeren.

Nog vaker denk ik aan je mevrouw en hoop met heel mijn hart dat zij nu in elk geval gelukkig is. Want niemand noemde mij nog meisje.


Diepst


Er is geen bericht of een verdwaalde link met schoon muziek en facebookvrienden zullen we ook wel niet worden. Ik vermijd de plekken waar ik hem tegen zou kunnen komen met grote zorgvuldigheid.
Toch ken ik zijn geur nog, weet ik hoe hij zijn bril afzet, met zijn duim mijn handpalm streelt. Zou zijn madam tevreden? Zal ze zijn gedachten controleren net als zijn telefoon en de berichten op zijn computer?

Soms hap ik op de fiets naar adem als de onomkeerbaarheid in alle naaktheid tot me doordringt.


Zegt ze

IMG_8568
En dat ik blijf denken aan de gebreide deken en wij daaronder, de tijd die onze vriend is want er is genoeg van.
Loom en langzaam en nog een keer.
Belachelijk zeg ik tegen mijn denken maar mijn denken lacht en trekt zich niks van mij aan.


Zegt ze

Stel:
Jij neemt een dag vrijaf van je leven
mijn bed wordt de wereld
Laag voor laag pel ik onze kleren af

Onder de gehaakte sprei
Blaas je met warme adem
gloeiende rondjes op mijn rug


Graag

Ik zie je graag!
Bedoelt hij graag zien als, ik ben zo verliefd dat ik er niet van kan eten en van slapen? Of is het misschien een beleefdheidsfrase omdat we net zoende? Als ik thuis kom zoek ik via Google naar de betekenis van ‘ graag zien ‘ in het Vlaams.
De krochten van het internet brengen geen eenduidige definitie. Het brengt me eerder verder van de wijs. Had ik moeten zeggen Ik zie jou ook graag, of zou dat verplichtingen met zich mee brengen die ik niet na wil komen?
Ik zou het natuurlijk recht op de man af kunnen vragen. dat doe ik liever niet. Ik ben niet in de positie noch de gelegenheid om daar een filosofische boom over op te zetten.
Die Vlamingen, ik zal ze zeker nooit verstaan?


Wachten

Ergens diep in mij verborgen woont de wachtende vrouw.
Ze put uit de bron zo stil en helder.
Zeker dat de fluwelen nacht komt.

Ergens diep in mij verborgen woont de vrouw
Ze houdt haar handen open
Zeker dat de nacht komt


Zegt ze

In het uur tussen licht en donker lijkt het niet onmogelijk om mijn hand uit te steken om je rug aan te raken. Streel met mijn vingertoppen van boven naar beneden, draai rondjes rond je schouderblad, slalom tussen je wervels. Met één vinger schrijf ik dan je naam, helemaal van mij.


Zegt ze

In de stilte diep in mij zou ik wel keihard willen schreeuwen.
Net zolang tot jij je oren niet meer sluiten kan voor wat ik zeg.
Mijn rennende voeten zullen me dragen tot vlak voor je

Jij fluistert dan mijn naam


Zegt ze

Je hand losjes op mijn rug, het verlangen naar dat kleine gebaar wordt me soms bijna te machtig.


Verlangen

Mijn ellebogen rusten op een geknoopt hoogpolig tafelkleed in rood, bruin en groen. Ik probeer mijn hand met de microfoon stil te houden. Doordat ik al een tijd in dezelfde houding zit begint mijn arm te trillen. Het is warm in de kleine kamer en het ruikt naar oude mensen. Op het kleed staat een tas koud geworden koffie. Voor me zit een vrouw, ze heeft wel duizend rimpels. Haar ogen zijn jong gebleven. Ze kijkt me fel aan terwijl ze haar verhaal doet.

Ze ontmoette hem in de laatste weken van de oorlog. Het was de verlegen glimlach van de soldaat die haar liet stralen De manier waarop hij over de drempel stapte, zijn handen die bewogen tijdens het spreken, hoe hij door zijn haar streek, ze is het nooit vergeten. Ze vertelt over een voorzichtige zoen en de wandelingen door de nacht. Spreken deden ze amper. Haar Engels was niet goed en hij sprak geen woord Nederlands.
Toch was er die grote onverklaarbare verbondenheid.

Na tien dagen moest hij verder. Een haastige zoen en de belofte dat zodra de oorlog voorbij was hij terug zou komen.

Ze heeft jaren gewacht, zo zeker van zijn terugkomst.
Eigenlijk wacht ze nog steeds zegt ze, natuurlijk weet ze wel dat hij niet meer zal komen. Er is geen bitterheid, haar hele wezen licht op als ze over hem praat. Zo onwankelbaar haar liefde.

Ik zie de foto’s op de kast van kinderen en kleinkinderen. De buurjongen knikt ze, de drang om een gezin te stichten was groot. Gelukkig kwamen er kinderen. Ze glimlacht en raakt met haar wijsvinger haar tengere borst, maar hij zit altijd hier.